Vroeger kon je lachen - Carmiggelt Simon - 1673 B.jpg

€ 4,00

Vroeger kon je lachen - Carmiggelt Simon - 1673 B.jpg

R Gebruikssporen

Paperback

 

Vroeger kon je lachen. Je hoort het zo vaak, in allerlei toonaarden. De vader in Peter van Straatens beroemde strip zegt het met een duidelijk polemische nadruk op vroeger. Hij bedoelt: vroeger wel en nu niet meer. Maar verschilt hij daarin zoveel van zijn zoon, wiens jegdig elan ook al een beetje begint te glimmen op de ellebogen? Eigenlijk niet. In deze tijd van nostalgie begint vroeger veel vroeger dan je denkt. En ligt de waarheid, net als heel vroeger, nog steeds in het midden. Ik bedoel de titl dan ook ironisch en dubbelzinnig. Vroeger kon je lachen is een eeuwig misverstand. Om de mensen die er bij zweren kun je eigenlijk ook een beetje lachen. Met dit uitgangspunt voor ogen kijk ik in deze bundel vaak om naar vroeger. Maar wel met de zekerheid dat we toen het lachen niet in pacht hadden.

"Simon Johannes Carmiggelt (Den Haag, 7 oktober 1913 – Amsterdam, 30 november 1987) was een Nederlandse journalist, schrijver en dichter. Onder het pseudoniem Kronkel publiceerde hij bijna veertig jaar vrijwel dagelijks een cursiefje in dagblad Het Parool, waarvan de selectie in jaarlijkse bundels en zijn voordracht voor de televisie hem een grote populariteit opleverden. Cabaretteksten schreef hij voor onder meer Wim Kan en Wim Sonneveld, waaronder Sonnevelds conférences 'Croquetten' en 'De jongens'. In 1961 werd Carmiggelt de Constantijn Huygens-prijs toegekend en in 1977 de P.C. Hooft-prijs voor het jaar 1974. Carmiggelt leerde zich in zijn geboortestad Den Haag het journalistenvak aan. Eind 1931 werd hij aangenomen bij de Haagse editie van Het Volk. Naast toneelrecensies en verslagen van kleine rechtszaken, schreef hij vanaf 1936 ook de rubriek Kleinigheden, de voorloper van de Kronkels. Hij versloeg de bijeenkomsten van de NSB, omdat de krant de ware aard ervan wilde tonen. Op 6 september 1939 trouwde hij met Tiny de Goey, zwanger van dochter Marianne. In 1940, vlak voor het uitbreken van de oorlog, verscheen zijn eerste boek, Vijftig dwaasheden, een selectie uit Kleinigheden. Vanaf juli 1940 bepaalde de bezetter de koers van de krant en namen Carmiggelt en zijn broer Jan ontslag. Nog hetzelfde jaar werd hij persagent van het Residentie Tooneel. In juli 1941 accepteerde hij zijn ontslag als enige medewerker die weigerde de niet-Joodverklaring te tekenen. Hij schreef de detectiveroman Johan Justus Jacob om een uitgeverij te helpen waar joden werkten die elders ontslagen waren. Verder hield hij zich met allerlei baantjes in leven. In 1942 werd zoon Frank geboren en begon de door vrienden opgerichte illegale krant Het Parool te verschijnen. Hoewel hij een gezin had, werkte hij eraan mee. In 1943 werd zijn in het verzet actieve broer verraden door toedoen van de bevriende econoom Friedrich Weinreb en kwam om in kamp Vught. Daarop raakte Carmiggelt nauwer betrokken bij de krant en nam de druktechnische verzorging op zich. Toen Den Haag hem te gevaarlijk werd, verhuisde hij naar de Amsterdamse Reguliersgracht, later naar de Egelantiersgracht, waar hij de Hongerwinter en de bevrijding doorbracht. Rond de bevrijding verhuisden de Carmiggelts naar een flat aan het Eerste Weteringplantsoen. Na de bevrijding bleef hij verbonden aan de nu legale krant en verzorgde vanaf 24 oktober 1946 onder de naam Kronkel een dagelijks cursiefje dat snel populair werd en decennialang de identiteit van de krant mede bepaalde. Carmiggelt was goed bevriend met Wim Kan, maar de bekende op zijn Kronkels gebaseerde conférences zijn van Sonneveld. In 1956 was Carmiggelt, die al aan het Varacabaret op de radio meewerkte, voor het eerst op de televisie te zien, waarop hij vanaf 1965 met regelmaat een Kronkel voordroeg, die een allengs minder vrolijke en meer sombere aard kregen. Van 1971 tot 1975 onderhield hij een correspondentie met Gerard Reve. In 1972 stortte hij mentaal en fysiek ineen en moest stoppen met drinken. Toen hij zijn cursiefje weer hernam, bleek hij de pointe als vaste afsluiter te hebben losgelaten. In 1977 werd hem de P.C. Hooft-prijs voor 1974 toegekend en hetzelfde jaar uitgereikt.