Tolhuis 'Het Zwarte Paard' & De Nijmershof - Nijnatten-Doffegnies H.J. van - 3625 P

€ 2,50

Tolhuis 'Het Zwarte Paard' & De Nijmershof - Nijnatten-Doffegnies H.J. van - 3625 P

G Eerste schutblad is weg geknipt. Zonder stofomslag

Gebonden

 

Twee romans in 1 band:
- De Nijmershof
- Tolhuis 'Het Zwarte Paard'

H.J. van Nijnatten-Doffegnies (1898-1990)

Henrica Judith (Riek) Doffegnies werd op 16 februari 1898 geboren in het dorp Diepenveen als vierde kind in het gezin Doffegnies. Haar vader Jan Willem Doffegnies (1865-1940) was burgemeester van de gemeente Diepenveen. Haar moeder Petronella Jacoba Margaretha van Marle (1869-1935) was een dochter van een oud- burgemeester van Deventer. Henrica ofwel Riek had drie oudere broers: Felix H.H. (1893-1972), Hendrik W.J. (1894-1969) en Hendrik R. (1895-1976).
De familie hoorde bij de Deventer elite; het geslacht Doffegnies staat vermeld in het Nederlands Patriciaat. Het gezin was Nederlands Hervormd en woonde bij de geboorte van Riek op het buiten Oud Rande. In 1900 verhuisde het gezin naar een nieuw gebouwde burgemeesterswoning aan de Sallandsweg in Diepenveen, vlakbij de kerk. Men was goed bevriend met de bewoners van landgoederen in de omgeving; vader ging met hen op jacht. Grootouders Van Marle woonden in Deventer en hadden een zomerverblijf op landgoed 'Het Schol' in Wilp.
Riek ging naar de meisjes-HBS in Deventer en werd gehaald en gebracht per auto. Op de hbs was zij bevriend met haar achternichtje, de latere schrijfster Madelon (Szekely-) Lulofs, die in 1918 met broer Hendrik trouwde en naar een plantage in Nederlands-Indië verhuisde.
Hoewel Riek enigszins amicaal omging met de dorpsbewoners, wilde haar vader wel dat zij afstand hield. Op de hbs maakte zij mooie opstellen, maar de directeur van de school oordeelde negatief en noemde haar een 'prulschrijfster', waardoor zij behoorlijk werd gefrustreerd. Thuis had zij veel dieren, waaronder 42 konijnen, kippen, honden en een geit.

Vader Doffegnies verhuisde in 1916 naar Den Haag, waar hij ging rentenieren. De toen 18-jarige dochter Riek was daar niet blij mee, zij moest van de meisjes-hbs af en zij verfde (volgens haar dochters) haar slaapkamer uit woede helemaal zwart. Door de verhuizing kon zij ook geen eindexamen doen. Het was de bedoeling dat Riek ter voltooiing van haar opvoeding een jaar naar kostschool in Zwitserland zou gaan, maar dit kon niet doorgaan vanwege de Eerste Wereldoorlog. In 1919 kon ze wel op reis en bezocht samen met een bevriende familie een jaar lang Nederlands-Indië.
In Den Haag leerde zij paardrijden en ontmoette op die manier haar echtgenoot Gerardus J.M.C. van Nijnatten (1898-1970), 2e luitenant b.h. 2e Regiment Veld-Artillerie, en een befaamd springruiter. Gerard was in geboren in Maastricht en ging naar de KMA in Breda. Zij trouwden op 10 augustus 1921 in Den Haag.
Na hun huwelijk ging het paar wonen in Amersfoort, waar Gerard was gestationeerd bij Militaire Rijschool in Amersfoort en later bij zg. regiment Rijdende Artillerie ' Gele Rijders ' in Arnhem. Hun eerste dochter Cobie (Petronella J.M. werd geboren in Amersfoort op 26 mei 1922. De tweede dochter Tuut (Maria G.A.F. ) in Arnhem op 23 november 1925. In die periode ontving Riek een toelage van haar ouders. In het leger was de verdienste namelijk erg laag en de kosten hoog, bijvoorbeeld voor uniformen, ontvangsten, paard en bedienden als een oppasser. Na de crisis van 1929 stopte de toelage en Gerard zoekt een beter betaalde baan bij het paardendepot in de Kromhoutkazerne in Tilburg en Riek begint met het schrijven vanromans. Er volgde een periode van veertien verhuizingen in diverse van garnizoensplaatsen, waaronder Amersfoort, Arnhem, Tilburg, Ede, Hulshorst en Nunspeet.
Tijdens de oorlog was Gerard in krijgsgevangenschap in Polen. Riek woonde toen met haar dochters in een klein huisje in Nunspeet. Toch bood zij huisvesting aan onderduikers, waaronder een Engelsman. Na de oorlog ontving zij daarvoor het Verzetsherdenkingskruis.
Op 3 mei 1970 overleed Gerard, op dat moment Luitenant-Generaal der Artillerie b.d., op de leeftijd van 72 jaar. Het echtpaar woonde toen in Hulshorst (Onder de Bos 141). De laatste jaren woonde Riek in Huize De Bunterhoek in Nunspeet en daarna in Doorn. Zij overleed op 30 april 1990 en is enkele dagen later in besloten kring gecremeerd.

Riek begon pas na haar dertigste te schrijven. Vader Doffegnies, inmiddels rentenierend, verloor veel van zijn beleggingen bij de crisis en kon zijn dochter geen toelage meer geven. Voor Riek een noodzaak om zelf te inkomen te verwerven. Het leven in Arnhem bleek duur en echtgenoot Gerard solliciteerde naar een beter betaalde functie bij het paardendepot in Tilburg.
Haar eerste boek schreef ze in 1931: 'Een stip op de kaart', maar het manuscript hiervan is zoekgeraakt. Daarna kwam 'Grond', eerst als feuilleton in het Sallands Weekblad in 24 afleveringen. Onderwerp is de oprukkende verstedelijking op het boerenland. Zij kon er volgens een interview 50 gulden voor krijgen, gedeeltelijk in de vorm van boeken. Toen koos zij het boek 'Oud-Achterhoeks Boerenleven het hele jaar rond' (1927) van Hendrik Willem Heuvel, een schoolmeester. Veel Achterhoekse uitdrukkingen uit dit boek komen dan ook in enkele romans voor. Bijvoorbeeld in de bekende 'Moeder Geerte'.
Haar derde boek was 'Wladimir Roesky' over een bestaand damesorkest. Vrijwel alle andere boeken zijn fictie. De omnibus 'Het geheime dorp' en 'Het hemeltje' zijn uitzonderingen, omdat deze op werkelijkheid berusten, namelijk een bosdorp met onderduikers in de Tweede Wereldoorlog. Het gaat hier waarschijnlijk om het 'verscholen dorp' in Vierhouten. Voor de kleinkinderen schreef ze het sprookjesboek 'Duco's gevleugelde dromen' met sprookjes. Ze schreef vaker over haar bekende zaken zoals 'Nijmershof' dat over paardenfokkers gaat.
De meeste boeken spelen in de negentiende eeuw op landgoederen, boerderijen en in dorpen, zoals zij zelf meemaakte in haar jeugd in Diepenveen. De personages komen uit gegoede families of zijn rentmeester of vrijgevochten boeren. Vanwege het eerste boek 'Grond' dat in een boerenmilieu speelt, kreeg zij het predikant boeren- of streekromanschrijfster. Zelf noemt ze haar werk 'lectuur' en geen 'literatuur'.


Haar boek 'Huis van Licht en Schaduw' (1939) is door de criticus F. Bordewijk besproken in De Gids (augustus 1939). Hij is niet echt lovend en vindt dat vrouwen eigenlijk helemaal niet kunnen schrijven, maar looft wel de natuurobservaties.
Uiteindelijk schreef ze 21 romans. In Nederland zijn er meer dan een miljoen verkocht via diverse uitgevers. Veel werk is vertaald in het Noors, Zweeds, Deens en Fins.

Geboren: 16-02-1898 Diepenveen
Overleden: 30-04-1990 Doorn
Vader: Jan Willem Doffegnies (1865-1940)
Moeder: Petronella Jacoba Margaretha van Marle (1869 – 1935)
Echtgeno(o)t(e): Gerardus Johannes Maurits Cornelis van Nijnatten (Maastricht 31 maart 1898 – Ermelo 3 mei 1970)